Column Jan Güse: Niets is meer vanzelfsprekend, zeker ook innovatie niet
Column Jan Güse: Niets is meer vanzelfsprekend, zeker ook innovatie niet
De wereld verandert snel en belangrijke keuzes moeten worden gemaakt. In tijden van verandering is niets meer vanzelfsprekend. Europa, en zeker ook Nederland, moet keuzes maken om te investeren in weerbaarheid en strategische autonomie. Dat raakt ook aan gezondheid en gezondheidszorg, inclusief medische innovatie en geneesmiddelenontwikkeling.
Goede uitgangspositie in het geding
Nederland doet het goed, althans zo zullen velen denken als het over de zorg en innovatie gaat en zo leggen we het ook graag aan de buitenwereld uit. Er is innovatie, veel ambitie, een zorgstelsel gebaseerd op solidariteit, een hoge mate van specialistische kennis en goede academische infrastructuur, forse aanwezigheid van bedrijven en klinisch onderzoek. Alle elementen lijken aanwezig te zijn. Maar die goede uitgangspositie en het verzilveren daarvan staat serieus op de tocht.
De samenhang van dit alles en het beleid daarop moet sterker, op basis van een langetermijnvisie. Het gaat mis wanneer er aan het begin van de innovatieketen veel wordt gedaan aan de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, maar al deze innovatieve producten het eindstation, de patiënt, niet halen.
In de voorhoede zitten, een volger zijn of helemaal niet meer mee doen?
Landen in Europa doen op farmaceutisch beleid steeds meer gezamenlijk, maar kennen qua vergoeding nog wel allemaal een eigen nationaal beleid en systematiek, zo ook Nederland. Daar maken we binnen een vastomlijnd kader vanuit de beste intenties keuzes in budgetallocatie en richting van beleid. De uitdaging echter zit hem in het feit dat de wereld om ons heen zeer snel verandert en dat onderwerpen als beschikbaarheid, innovatie, investering en zelfs gezondheid niet stoppen bij de Nederlandse beleidsgrenzen.
In dat licht bezien zouden de alarmbellen moeten afgaan. De achterstand van Nederland ten opzichte van omringende landen bij toegang voor patiënten tot nieuwe behandelingen wordt namelijk niet kleiner, in tegendeel. Dat heeft uiteindelijk impact op beschikbaarheid van geneesmiddelen, op de aantrekkingskracht voor farmaceutische investeringen en op de praktische mogelijkheden voor het doen van toekomstig klinisch onderzoek in Nederland. De vanzelfsprekendheid uit het verleden dat investeringen vanuit farmaceutische bedrijven in bijvoorbeeld klinisch onderzoek en R&D faciliteiten ondanks alles toch wel zullen blijven komen, is anno vandaag niet langer van toepassing
En dat terwijl de noodzaak om structureel zaken anders aan te gaan vliegen steeds duidelijker wordt. Er liggen immers meerdere uitdagingen in het verschiet. Zo is er een hervormingsagenda op de zorg en maatschappij nodig waarbij onder andere medische innovatie een antwoord kan bieden op vergrijzing en een krappe arbeidsmarkt. Ook ligt er daarbij een uitdaging om vooral te investeren in goede gezondheid als uitkomst, in plaats van een focus op remmen van uitgaven op korte termijn. En tot slot is er inmiddels een geopolitieke realiteit en noodzaak ontstaan om strategisch autonoom te kunnen zijn, zeker ook op vlak van zorg, gezondheid en beschikbaarheid van genees- en hulpmiddelen.
Aantrekkingskracht op de proef gesteld
Europa loopt het risico zijn concurrentievermogen als wereldwijd knooppunt voor life sciences en innovatie te verliezen, omdat het blijft achterlopen in aantrekkingskracht voor farmaceutisch R&D, het starten van klinische proeven en goedkeuringstijden voor nieuwe innovatieve geneesmiddelen in vergelijking met de VS en China. Daarom bevindt Europa zich inmiddels op een kritiek kruispunt. Om opnieuw een leidende rol te kunnen vervullen in geneesmiddelenontwikkeling moeten Europese landen gezamenlijk keuzes maken.
Binnen Europa presenteert Nederland zich -als het gaat om gezondheidszorg en meer specifiek de uitgaven aan geneesmiddelen- met twee gezichten: Nederland geeft relatief bovengemiddeld uit aan de brede zorg1, maar zit nagenoeg helemaal achteraan het Europese spectrum van wat we als land uitgeven aan geneesmiddelen (zowel als percentage van totale zorguitgaven en als percentage van BNP)2. Hoewel er in Europa oproepen zijn om farmaceutische innovatie beter te waarderen, zien we in Nederland tegelijkertijd een beweging in tegenovergestelde richting. Dat baart zorgen, juist gezien de geopolitieke realiteit en wat er nodig is voor een toekomstbestendig innovatiemodel. De huidige korte termijn-focus leidt tot stilstand en stilstand in context van de huidige snelle veranderingen wereldwijd leidt tot achteruitgang. Met verschraling van zorg tot gevolg.
Op weg naar investeren in gezondheid
Nederland kan echter wel degelijk bijdragen aan een aantrekkelijk en competitief onderzoeks- en investeringsklimaat voor geneesmiddelen. Enerzijds door aansluiting te houden binnen Europa qua uitgaven voor geneesmiddelen en te kijken hoe je budget kan reserveren voor gerichte verdere investering in innovatieve behandelingen. Anderzijds door innovatieve behandelingen verantwoord maar sneller hun weg te laten vinden naar de ‘standard of care’ die patiënten mogen verwachten. Immers, door te zorgen dat de Nederlandse praktijk niet verder zal afwijken van de Europese, kan je ook toekomstig klinisch onderzoek naar Nederland blijven halen, omdat je nog steeds kan vergelijken met een relevante Europese standard of care. Een goed voorbeeld aldus hoe nationaal vergoedingsbeleid direct consequenties heeft voor onder andere investering, onderzoek en beschikbaarheid.
Dialoog en keuzes maken
Laten we ervoor zorgen dat de ons gewenste innovatie en investeringen goed aansluiten op ons zorgsysteem, een zogeheten end-to-end benadering. Alleen dan is het advies van Wennink op deze strategische pijler realistisch te implementeren. Doe dat in structurele dialoog met alle partijen en met oog voor internationale realiteit. De urgentie daartoe is hoog, zeer hoog. Want toegang tot- en beschikbaarheid van innovatieve behandelingen en daarmee strategische autonomie, staat op het spel en stopt niet bij de grens. Het momentum is nu om het grotere plaatje te zien en gezamenlijk keuzes te maken.
Jan Güse is Head of Public Affairs bij Novartis Nederland, waar hij sinds 1 maart 2023 verantwoordelijk is voor het versterken van publiek-private samenwerkingen en het voeren van dialoog met beleidsmakers, zorgprofessionals en andere stakeholders over actuele thema’s in het zorglandschap. In zijn rol richt hij zich op onderwerpen zoals betaalbaarheid en toegankelijkheid van zorg, innovatiebeleid en de toekomstbestendigheid van het Nederlandse zorgsysteem.